The Lord of the Rings Live: Een interview met Ronald Ent, percussionist bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest
Vorig jaar plaatsten we in de aanloop van The Lord of the Rings Live – The Fellowship of the Rings in twee interviews, namelijk met cellist Pepijn Meeuws van het Rotterdams Philharmonisch orkest en met het hoofd van techniek Frank van Donkersgoed. Dit jaar voor The Lord of the Rings Live – The Two Towers interviewden we opnieuw een muzikant én waren we aanwezig bij een repetitie van het orkest!
Hieronder lees je het interview van redactielid Melissa met Ronald Ent, percussionist van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, die meewerkt aan de uitvoering van deze voorstelling, dit weekend te zien in De Doelen in Rotterdam.

Vorig jaar was natuurlijk de primeur; hoe was het toen qua voorbereiding, en voorbeleving, en verwachtingspatroon?
Het is een hele eer dat we die film mochten doen, want je moet hem maar te pakken zien te krijgen, als concertgebouw en orkest, en het is die twee organisaties toch gelukt. Hoe dat precies gegaan is weet ik niet, maar het is De Doelen en het orkest gelukt om The Lord of the Rings tour, world tour, te pakken te krijgen, en hem te gaan doen, en ik vind het heel goed, ik ben heel blij dat we het doen, en, ja, gewoon leuk.
En hoe was de reactie van het publiek vorig jaar?
Uitzinnig! Ik overdrijf niet. Er is natuurlijk zo’n heel uit-tro, zo’n aftiteling, en dan is er geen film meer, dan komen er 3000 namen voorbij of zo, alle mensen die aan die film hebben gewerkt, en dat duurt wel 10 minuten volgens mij. En wij spelen gewoon daar de typische Lord of the Rings-muziek, en het publiek was helemaal stil, en ik ga er van uit dat het een ander publiek is dan ons concertpubliek, en toen het klaar was, waarschijnlijk als er ‘the end’ staat, YEAH! echt alsof er een doelpunt was gemaakt! Het was heel erg leuk.
Nu ga je er natuurlijk als meer veteraan al in…
Nee, nee nee, ik ben geen veteraan, ik ben meer een geoefende Lord of the Rings-musicus. Ik heb de Lord of the Rings-app, [die] zit er op nu.
En hoe is het… je zegt ‘geoefende Lord of the Rings-musicus, komen daar andere dingen bij kijken dan bij reguliere stukken die je speelt?
Ja, natuurlijk. We spelen hele andere instrumenten; we staan nu op Japanse trommels te spelen, dat doe je in het orkest nooit, want onze muziek is niet voor Japanse trommels geschreven. Ik speel ook monochord, een groot snaarinstrument; dat speel je ook nooit! We spelen ook, dat doe ik dan niet, dat doet een collega, die speelt op een zogenaamde ‘dis-stressed piano’, dat is met kettingen tegen de snaren van een piano, rang-rang-rang-rang-rang. En platen, ijzeren platen, krch-krch-krch, orcs die wapens smeden, dat beelden we uit. Er staan veel instrumenten die we normaal niet gebruiken, en we zijn ook met veel meer spelers, met zes slagwerkers en een paukenist, en we spelen voortdurend! Dat is gewoon hartstikke leuk.
Ik zag ook bodhrán (een Ierse trommel) in het orkest zitten…
Die spelen we ook, ja. Die hebben we vorig jaar speciaal gekocht, en ook de monochord, die hebben we ook speciaal gekocht, die hadden we helemaal niet. Maar dat was nog te overzien weet je, dat was bij elkaar een uitgave van 500 euro, nou vooruit, laat maar komen dan. Je moet ze toch hebben, en een bodhrán huren, weet je, dat is niet veel goedkoper dan er een kopen. Verhuurbedrijven vragen schandalige prijzen. Toen hebben we gezegd, we gaan ze toch alle drie doen, met drie keer huren zijn we zo veel geld kwijt, 150 euro per trommel, snap je? Dan betaal je evenveel, en dan heb je ze! Prachtige instrumenten, ze klinken mooi.
Qua muziek, wat is het grootste verschil, of overeenkomsten als je met dit soort muziek bezig bent, en als je een regulier concert geeft?
Gisteren was er iemand die me interviewde over de telefoon, en die stelde ongeveer dezelfde vragen, en toen kwam ik op het antwoord: Er zijn namelijk drie manieren waarop we spelen. We spelen onze concerten, in het volle licht, dan spelen we symfonisch repertoire, dan spelen we symfonieën, of een muzikaal gedicht, een ding van Richard Strauss of zo, dan speel je bijvoorbeeld Tijl Uilenspiegel. Dat is ook een verhaal. En Richard Strauss heeft op het verhaal, dat hij gelezen had en goed kende, heeft hij een stuk geschreven. Dit is Tijl Uilenspiegel. Het stuk heet dan ook ‘Till Eulenspiegel’, dat stuk heeft Richard Strauss aan de hand van dat verhaal geschreven. En dat spelen wij, dus dan kijken de mensen naar ons. Tweede vorm die wij beoefenen, is dat we opera begeleiden. Dan zitten we in een bak, en zie je ons als je in die bak kijkt, maar het gaat om wat er op het podium gebeurt, de muziek komt uit de bak, en op het podium staan de zangers en het koor, en eventueel de figuranten. En het decor, daar kijken de mensen naar. En de tekstbalk, met de vertaling van wat de mensen zingen. En de derde vorm, die we vroeger ook wel gedaan hebben, maar dan met Charlie Chaplin films, de stomme film, is dat wij spelen in het donker, met lessenaarverlichting, en dat doen we nu weer, alleen het is nou geen stomme film maar een gesproken film, zonder muziek, en de muziek die spelen wij. En hoe is dat? Dat is gewoon leuk!
Ja, want het is wel een beetje teruggrijpen naar de begintijd van de film, met de ondersteuning van de muziek.
Ja, precies ja! Dat klopt natuurlijk, want toen had je in de bioscopen zelfs bioscooporkestjes, die tijdens de voorstelling muziek speelden. Maar dit is iets, iéts groter!
In hoeverre wijken deze composities, composities van filmmuziek zoals deze, af van andere moderne klassieke composities zoals je verder hoort?
Nou het grootste verschil is, muziek van John Williams ook, en hier Howard Shore: deze muziek is mooi. En 90 % van de hedendaagse muziek die voor symfonieorkesten wordt geschreven is bagger en niet om aan te horen. Ze zijn los van de natuur, los van het organisme. Geef mij maar Lord of the Rings, of de Star Wars films, alle muziek van John Williams, ook de muziek uit de Pirates of the Caribbean, dat is wel stoer en spannend en avontuur, maar het is in ieder geval wel harmonisch.
Het is hart tegenover hoofd, eigenlijk.
Nou exact. En dat is het antwoord. De hedendaagse muziek die ons gegeven wordt komt uit het hoofd, en de filmmuziek zit toch veel meer hart in. De filmmuziek wint het met 10-0 van de hedendaagse muziek. Nou 10-1, want we hebben Arvo Pärt nog.
Hoe gaat het technisch in zijn werk, om het op de film te spelen, waar moet je extra op letten, wat je normaal bij een concert niet zo moet doen?
Je moet heel erg op de dirigent letten, want die doet de gekste dingen. Een dirigent op de bok die gewoon een concert voor ons doet, die is vrij in zijn bewegingen, en maakt logisch opeenvolgende bewegingen, die wij volgen. Bij opera is het al een beetje anders, omdat de dirigent met het orkest bezig is, en het orkest is altijd gewend naar de dirigent te kijken, en met hem samen te spelen, maar een zanger op het podium, die met zijn rug, tijdens een bepaald moment, met zijn rug naar de dirigent staat, en niet gelijk op de camera, die er allemaal hangen, kijkt, die kan haar eigen tempo houden, waardoor de dirigent zoiets heeft van ‘ho!’ en teruggaat in tempo, en desnoods ‘psst’ zo contact zoekt met de zanger, van hier is mijn slag, en moeten wij effe terug, of juist vooruit in tempo. Maar nu, moet die man, de dirigent, moet dus die monitor die hij straks krijgt, daar staan allemaal cijfertjes op, en een cijfer loopt gewoon, 2-3-4 tot en met tienduizend-zoveel, veertienduizend-nog wat, nee drieëntwintigduizend-nog wat, en dat moet synchroon lopen met de muziek. Want bij de partituur heeft hij ook nummers staan, getallen. En dat gaat tot en met 24.000 of zo, dus als hij merkt van oh jee! het beeld loppt weg, en wij lopen achter, dan gaat hij ineens versnellen, dus dat is heel onmuzikaal, maar je kan niet achter gaan lopen op die film! Dus wat dat betreft doet hij af en toe gekke dingen, ineens vertragen, of ineens versnellen, omdat het gelijk moet lopen met de film.
Jullie hebben nog niet gerepeteerd met het koor, die hebben gewoon een aparte repetitiecyclus?
Nee, die zijn voorbereid met een pianist. En de dirigent is daar ook vast en zeker geweest, om met hun te repeteren, en om te vertellen van zo gaat het, en dat wordt dan misschien vanavond, misschien samen met het koor, dat we vanavond met het koor repeteren, en anders zeker morgen.
En repetities in het algemeen, hoe vaak hebben jullie als groep het doorgespeeld?
We hebben het nog niet helemaal doorgespeeld. We hebben nog niet alles gedaan. We hebben gisteren gerepeteerd, van tien tot half een, vandaag van tien tot twaalf, vanavond van half acht tot tien, en morgen doen we nog drie keer, drie uur bedoel ik. Dus we hebben alles bij elkaar tien uur gedaan.
En is het dan net als vandaag dat alles gefragmenteerd is?
Daar gaat hij nou langzaamaan van af. Nu moet hij het echt van het begin door gaan spelen, dus ik denk eigenlijk; nog niet alles is gedaan, dus ik denk eigenlijk dat hij vanavond nog wat fragmenten zal doen, en dan uiteindelijk zal hij vanavond ook al beginnen met de doorloop te doen.
Is het heel belangrijk dat je doorloop hebt, of vooral dat je alle stukken in je hoofd hebt zitten, en dat je dan zelf in je hoofd een doorloop kan maken?
Nee, nee, dat kan niet. Tijdens de fragmenten die we spelen, maak je steeds aantekeningen. Dat gaat in tweeën, dat gaat in vieren, dat moet zachter, dit moet met een demper, hier moeten de roffels wegblijven, dit moeten enkele slagen zijn, dat zijn zo de aantekeningen die ik heb gemaakt gisteren en vandaag. Dus mijn partij staat straks helemaal vol met aantekeningen, en dan weet je het op concerten ook.
Er wordt nog best wel getweaked in het stuk?
Ja, de praktijk kan soms net even anders zijn dan het bureau waarachter geschreven wordt.
Wel knap dat hij het doet nog voor de film gezien te hebben. Staat het nu vast, als je straks met de film gaat repeteren? Ik kan me voorstellen dat er dan ook weer dingen veranderen.
Nee, want deze man heeft de film al zo vaak gedaan, dus die weet nu, ook zonder film, wat er waar nodig is. Dus de film zal er niet meer veel aan veranderen. Ik zie de film trouwens helemaal niet. Daar zie ik helemaal niks van, dat is achter mijn rug, want ik moet hem zo scherp in de gaten houden en mijn eigen muziek, daar zie ik geen seconde van. Als slagwerken ben je ook helemaal alleen altijd, het instrument dat jij als slagwerk speelt, je bent de enige die dat speelt. Als violist zit je in een groep, en kun je af en toe nog een kijken als je het niet helemaal weet; dan zie je oh ze zijn daar, en dan speel je weer mee. Als slagwerker kan het niet. Als je wegkijkt, ben je het kwijt. En dat is heel vervelend.
Is het nou zo dat deze muziek wat dramatischer is op veel delen dan bij The Fellowship, dat je ook meer gebruikt wordt dan bij de vorige film?
Ja, absoluut. Er zitten vier trommels in, die zaten er vorig jaar helemaal niet in, er zitten wel weer gewoon twee Japanse trommels in, die zaten er vorig jaar ook in; een basmarimba. Vooral aan die vier extra trommels zie je dat er veel gevochten wordt. Maar ik weet het ook dat er veel wordt geknokt, onvoorstelbaar.
Want heb je de films zelf ook gezien?
Ja, alle drie. Maar onlangs. Ik heb de box gekocht, een leer-uitziende box, met 2 uur extra materiaal, fantastisch! Een 12-CD box.
Was het ook huiswerk?
Nee! Ik heb het zelf gedaan, ik was geïnteresseerd, ik wilde het zien, en ik heb hem in februari of maart gekocht. En ik heb hem in een tijdsbestek van een week of vijf heb ik hem helemaal gekeken, van begin tot eind.
Het is dus niet de bedoeling de films te kijken, zodat de mensen een beetje een idee krijgen van wat ze spelen.
Nee; wat dat betreft vind ik het zo wonderlijk dat De Doelen mij belt, en dat ze met jou bij mij komen, want ik heb echt onlangs de films gezien, dus ik zit nog… ik weet er nu nog redelijk wat van. Het is nog warm. Maar ik ga ze ook zeker nog een keer bekijken.
De filmmuziek is natuurlijk ook als score achter de film gezet, maar wat maakt het nou zo anders als je het live speelt?
Ja, dat moet je eigenlijk aan het publiek vragen, maar ik kan je vertellen dat het gejuich dat er vorig jaar losbarstte nadat we klaar waren, toen de aftiteling rond was, het doet dus iets. Want er zitten daar gewoon straks 70 mensen, 80 wel, gewoon hun best te doen, en geconcentreerd die muziek te spelen, dus dat geeft energie in de zaal, mensen zijn stil, en ik neem aan dat veel van het publiek niet ons reguliere publiek is, dus ik denk dat het voor die mensen een nieuwe ervaring is, om een film te zien met levende muziek. Als ik in de bioscoop zit wordt er na een film nooit gejuicht, tijdens de aftiteling lopen de mensen weg. Hier natuurlijk niet, bij een concertzaal! En daar wordt een film gedraaid; iedereen blijft zitten tot op het laatst: ‘YEEEAAAAH!’ Doelpunt weet je wel, 1-0 voor Nederland.
Dat moet natuurlijk ook een enorme boost geven als orkest.
Ja heerlijk! Dan weet je ook waarvoor je het doet! Je maakt de mensen echt blij. En ik heb de films nu gezien, dus ik snap het ook. Ik vind het echt een groot epos dat ik absoluut nog een keer helemaal ga zien.
– Melissa Augustinus


Boeiend interview, dank!
… Verdorie, ik heb mijn eigen interview veel te laat gelezen … Te druk, te druk, te druk … Maar wat staat het er ontzettend leuk! Dankjewel Melissa. Doen we wat mij betreft volgend jaar weer.