In de Ban van de Ring

In de Ban van de Ring (The Lord of the Ring) werd oorspronkelijk door Tolkien’s uitgever Allen & Unwin besteld als vervolg op De Hobbit. Al snel bleek echter dat dit “vervolg” op het succesvolle kinderboek uit 1937 een heel eigen leven ging leiden en uitgroeide tot een heel ander verhaal qua toon en omvang als zijn voorganger. In de Ban van de Ring pakt het verhaal van Bilbo en zijn magische ring weer op, maar de dreigingen en ontberingen die de nieuwe hoofdpersoon Frodo Balings wachten zijn van een veel grotere orde.

In de Ban van de Ring werd door J.R.R. Tolkien geschreven en bedoeld als één boekwerk, maar de uitgever wist hem er van te overtuigen dat door omvang van het verhaal en de heersende na-oorlogse schaarste aan papier het beter was om in drie delen te publiceren.

De drie delen van In de Ban van de Ring zijn:

De Reisgenoten (Engelse titel: The Fellowship of the Ring).
Voor het eerst uitgegeven op 29 juli 1954 door George Allen & Unwin.
De eerste Nederlandse druk verscheen in 1957 en werd uitgegeven door Het Spectrum in een  vertaling door Max Schuchart.

De Twee Torens (Engelse titel: The Two Towers).
Voor het eerst uitgegeven in 1954 door George Allen & Unwin.
De eerste Nederlandse druk verscheen in 1957 en werd uitgegeven door Het Spectrum in een  vertaling door Max Schuchart.

De Terugkeer van de Koning (Engelse titel: The Return of the King).
Voor het eerst uitgegeven in 1955 door George Allen & Unwin.
De eerste Nederlandse druk verscheen in 1957 en werd uitgegeven door Het Spectrum in een  vertaling door Max Schuchart.

Synopsis

De hoofdpersoon, de Hobbit Frodo Balings, krijgt van zijn oom Bilbo Balings een gouden ring. Dit blijkt een ring te zijn die grote macht in zich draagt, gesmeed door Sauron. Sauron, de duistere heerser die al het kwade in Midden-aarde vertegenwoordigt, kan alleen verslagen worden door de Ring te vernietigen. De enige plaats waar dit gedaan kan worden is het vuur van de Doemberg, waar de Ring ook door Sauron gesmeed werd.

De Reisgenoten

Frodo krijg van Gandalf de opdracht de Gouw te verlaten en stelt voor om te doen alsof hij terug gaat naar Bokland waar zijn moeders familie oorspronkelijk vandaan kwam. Gandalf zal dan komen en met hem de reis naar Rivendel ondernemen waar over het lot van de Ring besloten zal worden in overleg het de hoge en wijze Halfelf Elrond . Frodo gaat met zijn trouwe vrienden Sam Gewissies, Merijn Brandebok en Pepijn Toek, op weg naar Breeg omdat de tovenaar Gandalf niet op tijd in Bokland aankwam. Hij wordt echter voortdurend opgejaagd door de Ringgeesten, de Nazgûl, die proberen voor Sauron de Ring te bemachtigen. Om hen te ontwijken trekken ze door het Oude Woud, waar ze het mysterieuze personage Tom Bombadil ontmoeten. Hun pad leidt ook over de onherbergzame Grafheuvels. In Breeg aangekomen blijkt dat Gandalf er niet is. Hij heeft echter een brief bij de waard van “de Steigerende Pony”  achtergelaten. Helaas is deze waard, Gersteman Boterbloem, vergeten de brief te bezorgen in Hobbitstee. In de brief staat dat Frodo eerder moest vertrekken omdat Gandalf gehoord had dat de Nazgûl zijn uitgereden. Geholpen door de Doler Stapper brengt Frodo de Ring naar zijn reisdoel, de Elfenstad Rivendel, maar niet voordat Frodo eerst bijna-dodelijk verwond wordt bij een confrontatie met de Ringgeesten op Weertop. Frodo herstelt van zijn verwonding en de Ringgeesten worden verslagen bij de voorden van Rivendel.

Gandalf is inmiddels ook in Rivendel gearriveerd na een gevangenschap in Isengard, de basis van de Tovenaar Saruman. Saruman is het hoofd van Gandalf’s orde en had hem raad en bijstand moeten bieden maar in plaats daarvan verraadt Saruman de vrije volkeren en probeert hij in samenwerking met Sauron de Ring te bemachtigen. In Rivendel wordt tijdens de Raad van Elrond besloten dat de Ring vernietigd moet worden. Frodo verklaart zich bereid om de Ring naar de Doemberg te brengen, en rondom hem wordt een reisgezelschap gevormd dat hem zal helpen zijn doel te bereiken: De Hobbits Frodo, Sam, Merijn en Pepijn, de Elf Legolas, de Tovenaar Gandalf, de Dwerg Gimli en de Mensen Boromir en Aragorn (de eerdergenoemde Stapper). Boromir komt uit Gondor, waar zijn vader stadhouder is. Aragorn is de erfgenaam van de koningen van Gondor, en zodoende eigenlijk de rechtmatige heerser daarover, maar dat blijkt pas later in het verhaal. Het ‘Gezelschap van de Negen’ (de Negen lopers) neemt het op tegen “de Nazgûl” (de negen ruiters) en Saruman, die het hoofd van de orde der Tovenaars was, en tegen Sauron en zijn handlangers. Samen trekken zij naar het zuiden, waar Mordor en Gondor liggen. Mordor is Frodo’s verschrikkelijke eindbestemming, het land van Sauron en de Doemberg.

Halverwege de lange reis valt het gezelschap uiteen. Eerst valt Gandalf in het ondergrondse Dwergenrijk Moria tijdens het gevecht met een Balrog in een diep ravijn. Daarna komen ze in het betoverde bos Lothlórien waar ze ontvangen worden door Galadriel, die hen drie boten meegeeft om de grote rivier de Anduin af te varen. Zodra ze bij de waterval de Rauros (de buitengrens van Gondor) aankomen, is er onenigheid over waar men heen wil. Boromir tracht Frodo over te halen mee te gaan naar Gondor, zodat de Ring daar gebruikt kan worden in de oorlog, maar Frodo wil naar het oosten, naar Mordor. In zijn woede hierover probeert Boromir Frodo de Ring af te nemen. Frodo vlucht weg en verlaat met Sam het gezelschap door de rivier de Anduin over te steken, op weg naar Mordor.

De Twee Torens

Merijn en Pepijn worden gevangen genomen door de Uruk-hai (een kruising tussen wildemannen en orks in dienst van Saruman). Boromir wordt gedood terwijl hij hen verdedigt. De Uruk-hai ontvoeren de Hobbits naar Isengard, achtervolgd door Aragorn, Gimli en Legolas. Merijn en Pepijn slagen erin te ontsnappen aan de Orks die hen gevangen hadden genomen, en vluchten het woud Fangorn in. Hier hebben zij een ontmoeting met Boombaard de leider van de Enten. Enten zijn oeroude en (normaliter) trage wezens, de herders van de bomen. Door toedoen van de Hobbits ontwaken de Enten tot grote ‘haastigheid’ en trekken ten strijde tegen Saruman. Saruman is een tovenaar, net als Gandalf, maar hij streeft naar macht en wil de Ring in handen krijgen om de wereld te regeren.

Aragorn, Gimli en Legolas steunen de mensen van Rohan in hun strijd tegen het leger van Saruman. Ook Gandalf voegt zich weer bij hen. Hem is na zijn ‘val’ de opdracht gegeven weer naar Midden-aarde terug te keren voor het volbrengen van zijn opdracht, de krachten van het goede bij te staan tegen het kwaad van Sauron. Eerst moet Theoden de Koning van Rohan bevrijd worden van de betovering die Saruman op hem heeft uitgeoefend. Als dat gelukt is dan kan onder leiding van de Koning het volk van Rohan in verzet verenigd worden. In Helmsdiepte weerstaat het leger van Rohan de legers van Saruman. Het leger trekt naar Saruman; daar aangekomen blijkt die door de Enten verslagen. Gandalf ontneemt Saruman zijn macht, maar na afloop kijkt Pepijn in de Palantír die Saruman gebruikte om met Sauron te communiceren. Daardoor denkt Sauron dat de Hobbit met de Ring ver in het westen is en besluit ten strijde te trekken tegen Gondor.

Intussen ontmoeten Frodo en Sam het schepsel Gollem, die ooit eigenaar is geweest van de Ring. Oorspronkelijk was hij een Hobbit en heette hij Sméagol, maar hij werd langzaamaan vergiftigd door het kwaad van de Ring tot er weinig meer van hem over was. Frodo’s oom Bilbo was hem tegengekomen in een grot en had de Ring daar op de grond gevonden. (Zie: De Hobbit). Gollem is bezeten van de Ring en geheel gefixeerd op het terugkrijgen ervan. Uiteindelijk leidt dit schepsel Frodo en Sam door de Dode Moerassen op weg naar Mordor. Ze ontmoeten onderweg in Ithilien, op de oostelijke oever van de Anduin, Faramir, de broer van Boromir, maar in tegenstelling tot Boromir doet Faramir geen poging om de Ring af te nemen. Gollem streeft zijn eigen doel na en leidt de Hobbits bij het binnentreden van Mordor het hol van de monsterlijke spin Shelob in, om zo de Ring terug te krijgen. Zijn plan mislukt echter door Sam’s optreden. Hoewel Frodo door Shelob wordt gestoken en dood lijkt te zijn lukt het Sam om de spin te verwonden en weg te jagen. Sam veronderstelt Frodo’s dood en laat het (gedrogeerde) lichaam achter terwijl hij de Ring meeneemt om de queeste te voltooien. Frodo wordt gevonden door orks die de grenzen van Mordor bewaken.

De Terugkeer van de Koning

Gandalf en de mensen van Rohan trekken ten strijde naar Gondor. Gandalf en Pepijn haasten zich naar Gondor terwijl Merijn bij het leger van Rohan achter blijft.  Aragorn, Gimli en Legolas betreden de Paden der Doden, een geheime doorgang door de bergen, om een vervloekt leger van eedbrekers op te roepen tegen Sauron te vechten. Met dit leger gaan ze naar de Gondoriaanse havenstad Pelargir om daar een vijandige kapersvloot te verslaan. In de hoofdstad Minas Tirith, waar Gandalf en Pepijn naar toe zijn gereden, is de toestand kritiek. Denethor, de stadhouder, gebruikt een Palantír, om het rijk te overzien, maar doordat zijn Palantir wordt beheerst door Sauron ziet hij alleen wanhoop, zodat hij tijdens de belegering van de stad zelfmoord pleegt. De legers van Aragorn en Rohan verschijnen net op tijd om de aanval van Sauron af te slaan, maar in de strijd sterft de Koning Theoden van Rohan. Eowyn, de nicht van Koning Theoden die samen met Merijn heimelijk met het leger van Rohan meegereisd is verslaat het hoofd van de Nazgûl en de aanvoerder van Sauron’s troepen. Faramir wordt zwaar ziek door de zwarte adem van de Nazgûl.  Aragorn glipt na de slag de stad binnen om zijn vrienden te redden met een geneeskrachtige plant, wat hij kan omdat de leden van zijn koninklijke geslacht daartoe magische kracht hebben. Daardoor wordt hij in de stad herkend als de koning.

Hoewel de aanval is afgeslagen, is de militaire toestand van Gondor nog steeds hopeloos. Toch gaan de legers van het Westen in de aanval, om de aandacht van Sauron te trekken en zo Frodo de kans te geven onopgemerkt bij de Doemberg te komen. Voor de poorten van Mordor treffen de legers elkaar. De legers van de Mensen lijken het onderspit te moeten delven.

Sam bevrijdt Frodo uit zijn gevangenschap en geeft hem de Ring terug. Frodo en Sam trekken daarna Mordor binnen waar hun bestaan steeds ondraaglijker wordt. Maar ze kunnen ongemerkt verder in Mordor doordringen omdat Sauron zijn oog op de vechtende legers heeft gericht. Ze bereiken inderdaad de Doemberg en op het laatste moment wordt Sauron hen gewaar. Frodo zwicht voor de verlokking van de Ring en eist hem voor zichzelf op, maar Gollem valt hem aan en bijt de vinger met de Ring af. In zijn uitzinnige triomf stort hij samen met de Ring in het vuur van de Doemberg.

Dit is het definitieve einde van de Ring en hiermee vergaat het rijk van Sauron omdat deze vrijwel al zijn macht in de Ring gestopt had bij het smeden ervan. Aragorn krijgt de troon van Gondor en Arnor. Hij trouwt met Arwen, de dochter van de Halfelf Elrond, die voor hem haar onsterfelijkheid opgeeft.

De Hobbits keren terug naar hun lieflijke woonplaats, de Gouw. Daar aangekomen blijkt dat de verslagen, maar sluwe en wrede Saruman er inmiddels een schrikbewind voert. Hij heeft grote Mensen binnengehaald, die de Hobbits onderdrukken, stenen huizen bouwen en bomen omhakken. Pepijn en Merijn organiseren een opstand van de Hobbits, die in eeuwen geen geweld meer gekend hadden. Saruman en zijn handlangers worden verslagen. De Hobbits beginnen aan het herstel van hun geliefde groene en vredige land. Dankzij een uitzonderlijk gezegend vruchtbaar jaar is de Gouw al snel weer een aangenaam land.

Toch is Frodo hierna nooit meer gelukkig, daarvoor heeft hij te veel wonden opgelopen. Uiteindelijk vertrekt Frodo naar de Grijze Havens om met de Elfen, die nu allemaal Midden-aarde verlaten, en met Bilbo naar het Verre Westen (Valinor) te varen, naar het land van de Elfen. Later zal ook Sam daarheen vertrekken. Ook hij kreeg deze speciale gunst door de Elfen toegewezen, omdat hij (tijdelijk) een Ringdrager is geweest.

Uitgebreide samenvatting via Wikipedia (NL) of Wikipedia (EN)